Betalen is vaak niet bepalen

Dat werd onlangs weer eens bevestigd door het Gerechtshof Arnhem in een uitspraak over auteursrechtinbreuk.

De feiten

Eiser RNN voert een groothandel in relatiegeschenken. In opdracht van een nevenvestiging van Schuitema Groothandel, Schuitema Noord, heeft RNN werkzaamheden verricht in het kader van de uitvoering van een mokkenactie, een spaaractie voor klanten van de C1000. Begin 2007 heeft Schuitema Oost laten weten dat zij de opdracht voor de mokkenactie niet aan RNN maar aan een derde heeft verstrekt. Daarbij werd gebruik gemaakt van doosjes die behoorden bij de mokkenactie.

Omdat RNN van mening was dat het auteursrecht op de doosjes waarin de mokken werden verpakt bij haar berustte, begon RNN een kort geding procedure tegen Schuitema Oost.

Uitspraak van de kort geding rechter

De voorzieningenrechter bepaalde vervolgens dat het auteursrecht op de doosjes berustte bij RNN en Schuitema Oost gezamenlijk. Om die reden oordeelde de voorzieningenrechter dat RNN, als mede-auteursrechthebbende, geen verbod op verveelvoudiging en openbaarmaking van de doosjes kon vorderen. Tegen deze uitspraak ging RNN vervolgens in hoger beroep.

Uitspraak in hoger beroep

Het Gerechtshof is het niet eens met de voorzieningenrechter en bepaalt dat er geen sprake is van een gezamenlijk auteursrecht van RNN en Schuitema Oost op de doosjes. Het feit dat de tekst, foto en logo door Schuitema zijn aangeleverd aan RNN maakt volgens het Hof nog niet dat Schuitema Oost mede als maker aangemerkt kan worden en dus als mede-auteursrechthebbende. Voor een gezamenlijk auteursrecht is namelijk vereist dat meerdere makers gezamenlijk het werk hebben geschapen; Schuitema heeft weliswaar gegevens aangeleverd, maar niet bijgedragen aan de oorspronkelijke schepping van de doosjes.

Het Hof oordeelt dan ook dat RNN enig auteursrechthebbende is op de doosjes.

Conclusie

In het auteursrecht geldt de hoofdregel dat het auteursrecht toekomt aan de feitelijk maker of zijn of haar werkgever.

Hoewel er uitzonderingen bestaan op deze hoofdregel, is het enkele feit dat een opdrachtgever betaalt – en wellicht daarnaast nog bepaalde gegevens aanlevert – niet voldoende om de opdrachtgever als (mede-)auteursrechthebbende aan te merken.

Dit kan bijvoorbeeld anders zijn wanneer een bepaald werk dat modelrechtelijke bescherming heeft, op bestelling door een opdrachtnemer is ontworpen en de bestelling is gedaan met het oog op gebruik in de handel en nijverheid. Wanneer er in dat geval geen andersluidende afspraken zijn gemaakt komen zowel het modelrecht als het auteursrecht toe aan de opdrachtgever/diegene die de bestelling heeft gedaan.

Tip

Om problemen achteraf te vermijden, is het daarom belangrijk om contractueel vast te leggen aan wie het auteursrecht op in opdracht te vervaardigen werken, zoals bijvoorbeeld reclame- en verpakkingsmateriaal, gebruiks- en designartikelen, software, etc. toekomt.

 

publicatiedatum: maandag 23 maart 2009