3D-printing: heeft de merkhouder het nakijken? 

Op onze website schreven wij al vaker over 3D-printing (of de professionele variant ‘additive manufacturing’). Zo besteedden wij eerder aandacht aan de positie van de octrooihouder. In dit stuk gaan wij in op de positie van de merkhouder. 

Een merkhouder heeft op grond van nationale wetgeving, zoals voor de Benelux het BeneluxVerdrag inzake de Intellectuele Eigendom (‘BVIE’) of internationale regelingen zoals Verordening (EU) 2017/1001 inzake het Uniemerk (‘Uniemerkenverordening’), het uitsluitende recht om een teken te gebruiken. Een teken kan tweedimensionaal of driedimensionaal zijn mits het kan functioneren als merk (zoals, respectievelijk, een beeldmerk of vormmerk).

Zo is bijvoorbeeld niet alleen het logo van Coca Cola, maar ook het glazen Coca Cola-flesje zo’n teken.

Neem ook bijvoorbeeld een telefoonhoesje voor een iPhone: dat kan worden geprint met het logo van Apple of een bewerking daarvan.

De ontwikkeling van 3Dprinting kan het merkenrecht zoals wij dat nu kennen onder druk zetten, vooral door het gemak waarmee een scan kan worden gemaakt en op basis van die scan een product en/of logo kan worden nagemaakt.

In dit artikel zullen wij de mogelijkheden bespreken voor een merkhouder om op te treden tegen: 

  • printende particulieren;
  • printende bedrijven;
  • printshops die in opdracht een product of onderdeel printen;
  • platforms die op bestelling een product of onderdeel printen;
  • tussenpersonen die vraag en aanbod bij elkaar brengen;
  • iemand die een STL-bestand van een product of onderdeel online deelt; en
  • platforms waarop iemand een STL-bestand van een product of onderdeel plaatst. 

Bedrijf en particulier

Printende bedrijven

De productiewijze van namaakproducten is juridisch eigenlijk niet relevant. Als een onderneming producten met 3D-printing namaakt, is dat in principe niet toegestaan zonder toestemming van de rechthebbende. Het maakt dan geen verschil of het daarbij gaat om octrooi, modelrechten, auteursrechten of merkrechten.

Printende particulieren

Juridisch interessanter is dat iedereen met een 3Dprinter in principe vrij simpel zelf een product kan namaken. Scanners zijn zo langzamerhand steeds beter aan het worden en slimme programmatuur maakt het mogelijk om van een scan een printbaar bestand te maken (bijv. STL). Metaal printen is qua prijs nog niet binnen bereik voor particulieren, maar kunststof wel.

Printende consumenten kunnen hun printer ook tegen betaling inzetten voor anderen. Daar zijn tussenpersonen zoals 3D Hubs op ingesprongen. Door die ontwikkeling vervaagt de scheidslijn tussen particulier en zakelijk: de consumer wordt prosumer.

Dit maakt het voor rechthebbenden – en dus ook merkhouders – lastig om controle te houden over hun exclusieve rechten.

Kan een merkhouder optreden tegen een particulier die thuis een product 3D-print? 

De merkenwetgeving bevat vier gronden om op te kunnen treden tegen merkgebruik. Drie daarvan stellen als voorwaarde dat het merkgebruik plaatsvindt in het economisch verkeer. Gebruik van een merk door particulieren in de privésfeer – dus zonder commercieel doel valt daar in de EU in principe niet onder (de ‘privé-exceptie’).

Niettemin is het toch denkbaar dat in bepaalde situaties kan worden opgetreden tegen privégebruik. Het moet dan gaan om merkgebruik waarbij ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een particulier die voor zichzelf een paar sneakers met de bekende ‘swoosh’ van Nike namaakt met een slechte 3D-printer, ongeschikte materialen of een onnauwkeurig digitaal print-bestand (STL). Door de sneakers vervolgens te dragen zou afbreuk kunnen worden gedaan aan de reputatie van het merk van Nike. Het is denkbaar dat zulk gebruik wel kan worden aangepakt door Nike.

En tegen een particulier die tegen betaling een product 3D-print op bestelling? 

Tegen betaling – al dan niet via een tussenpersoon – printen voor een ander is in principe wél merkgebruik in het economisch verkeer. In dat geval is het immers min of meer bedrijfsmatig en zal de particulier zich niet meer kunnen verschuilen achter de privé-exceptie.

Online delen van bestanden

In de hiervoor omschreven situatie kan een merkhouder inkomsten mislopen. Maar het wordt echt vervelend als het digitale print-bestand van een beschermd vormmerk of een product met zijn merk via het internet wordt verspreid. Het online delen van een digitaal print-bestand wordt in de literatuur echter niet aangemerkt als ‘gebruik van een teken’ in de zin van het BVIE. Maar hierover bestaat momenteel nog geen rechtspraak.

Het digitale print-bestand is kort gezegd het instructieboekje voor de 3Dprinter en is dan ook onmisbaar voor 3D-printing 

Kan een merkhouder optreden tegen een particulier die het digitale print-bestand van zijn vormmerk of product met zijn merk online deelt? 

Ook wanneer op enig moment zou komen vast te staan dat het digitale print-bestand een teken kan zijn, kan een particulier die het online deelt in principe een beroep doen op de privé-exceptie. Dat is natuurlijk anders wanneer de particulier voor het online delen een vergoeding vraagt. Misschien maakt een particulier met het online delen wel merkinbreuk door een ander mogelijk en handelt hij daarmee toch onrechtmatig ten opzichte van een merkhouder. 

Printshops, tussenpersonen en platforms 

Op dit moment zijn professionele, kwalitatief hoogstaande 3D-printers nog niet betaalbaar voor het grote publiek. Degenen die geen beschikking hebben over een eigen 3Dprinter of een printer met de juiste kwalificaties, kunnen de gewenste producten (laten) printen bij werkplaatsen (zoals FabLab), printshops of online platforms. 

Kan een merkhouder optreden tegen printshops als hij ontdekt dat zijn vormmerk of product met zijn merk daar wordt geprint? 

Ja, het aanbrengen van een merk en het aanbieden van producten met daarop een merk zijn voorbeelden van handelingen die exclusief zijn voorbehouden aan een merkhouder. Ervan uitgaande dat printshops een bedrijfsmatig karakter hebben, zal dan ook sprake zijn van merkinbreuk. Dit geldt uiteraard ook als printshops op bestelling van een particulier printen.

Kan een merkhouder optreden tegen online tussenpersonen die vraag en aanbod bij elkaar brengen?

De bekendste dienstverlener van dit soort is 3D Hubs. Zij brengen iemand die iets 3D wil laten printen in contact met mensen in de buurt die een geschikte 3D-printer hebben. 3D Hubs staat verder geheel buiten de transactie die via de vrager en aanbieder rechtstreeks verloopt.

Voor zover de tussenpersoon op internet alleen maar vraag en aanbod bij elkaar brengt, zal deze in beginsel niet aansprakelijk kunnen worden gehouden als de geprinte producten inbreuk maken op intellectuele eigendomsrechten waaronder merkrechten. In principe zal de tussenpersoon zich dan kunnen beroepen op de vrijstelling van aansprakelijkheid voor ‘passieve’ online service providers. Maar dat kan anders zijn, vooral ook als de tussenpersoon een meer actieve bemoeienis heeft met de uitgewisselde bestanden of de aflevering van het uiteindelijke resultaat. Of als de tussenpersoon op de een of andere manier weet of moet weten dat sprake is of zal zijn van inbreuk.

Kan een merkhouder online platforms aanspreken? 

Niet alle platforms hebben dezelfde werkwijze. Het ene platform maakt het bijvoorbeeld enkel mogelijk om digitale print-bestanden te delen (zoals Thingiverse), terwijl het andere platform het 3D-printen ‘on demand’ daadwerkelijk op zich neemt (zoals Shapeways) 

Zolang het digitale print-bestand niet wordt beschouwd als teken, zal een merkhouder niet merkenrechtelijk kunnen optreden tegen platforms als Thingiverse. Mogelijk handelen dit soort platforms wel onrechtmatig door merkinbreuk uiteindelijk mogelijk te maken. Dat geldt in principe net zo voor andere intellectuele eigendomsrechten.

Dit is anders bij platforms als Shapeways. Zij brengen immers daadwerkelijk een fysiek product tot stand. Als een platform een product print dat als vormmerk is beschermd of dat is voorzien van het logo en/of woordmerk van een ander, kan een merkhouder daartegen in principe optreden, ook tegen het platform zelf. Gezien hun actieve rol zullen dit soort platforms zich in principe niet kunnen beroepen op de vrijstelling van aansprakelijkheid voor ‘passieve’ online service providers. Dat betekent dat deze platforms verantwoordelijk en eventueel aansprakelijk zijn voor de content (zoals digitale print-bestanden) die daarop staat. Dat zal zeker het geval zijn als deze platforms de onrechtmatige informatie niet onmiddellijk verwijderen zodra zij daarvan op de hoogte zijn gesteld.

Wat betekent dit nou voor de positie van de merkhouder? 

Intellectuele eigendomsrechten waaronder het merkenrecht worden uitgedaagd door disruptieve innovaties zoals 3D-printing. Particulieren ontspringen nu de dans dankzij de privé-exceptie en ook bedrijfsmatige productie is moeilijk aan te pakken doordat het digitale print-bestand (nog) niet door het merkenrecht wordt beheerst.

Notice and Take Down

Hoewel er nog nauwelijks rechtszaken bekend zijn, worden wereldwijd wel dagelijks veel take down-verzoeken gedaan bij platforms.

Dat onderstreept het belang van een Notice and Take Down-procedure. Voor online platforms en sommige tussenpersonen is het van belang om een goede Notice and Take Downprocedure in te richten en ook daadwerkelijk op te volgen om aansprakelijkheid te voorkomen. Het 3D Clearing House biedt een oplossing om de Notice and Take Down-procedure en claimafhandeling te outsourcen.

Vragen? 

Wilt u meer weten over de juridische valkuilen van 3D-printing? Of wilt u meer informatie over het 3D Clearing House? 

Neem dan gerust contact op met Ernst-Jan Louwers of Lisa Molenaars. 

 

Door het gebruik van de website, accepteer je automatisch de cookies. meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close