Het vergeetrecht van zoekresultaten

In het Google/Costeja-arrest van 13 mei 2014 werd het recht om vergeten te worden geïntroduceerd. Naar aanleiding daarvan creëerde Google een aanvraagformulier voor personen die een verzoek willen indienen om specifieke zoekresultaten te verwijderen die verschijnen wanneer er via de Google zoekmachine op hun naam wordt gezocht. Sindsdien zijn er al bijna een miljoen vergeetverzoeken bij Google ingediend met betrekking tot ongeveer vier miljoen zoekresultaten. Bijna de helft daarvan is daadwerkelijk door Google verwijderd. Het indienen van een vergeetverzoek kan dus lonen. Maar onder welke omstandigheden heeft een vergeetverzoek kans van slagen? En welke elementen zijn daarbij van belang?

Botsende grondrechten

Als er wordt verzocht om wissing van bepaalde zoekresultaten, moet er in de meeste gevallen een afweging worden gemaakt tussen botsende grondrechten. De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens van de betrokkene (degene over wie de zoekresultaten gaan) botsen met de vrijheid van meningsuiting en informatie van de betreffende zoekmachine en internetgebruikers.

In beginsel wegen grondrechten even zwaar. Toch lijkt er in situaties waarin een betrokkene een zoekmachine verzoekt om verwijdering van koppelingen naar zoekresultaten, die verschijnen wanneer er op zijn of haar naam wordt gezocht, een soort rangorde tussen de hiervoor genoemde grondrechten te bestaan.

Google/Costeja

Wanneer internetgebruikers met behulp van een zoekmachine op de naam van een natuurlijke persoon zoeken, kan via de resultatenlijst een gestructureerd overzicht worden verkregen van de over deze persoon op het internet vindbare informatie. Die verkregen informatie heeft potentieel betrekking op tal van aspecten van het privéleven van de betrokkene in kwestie, terwijl die informatie zonder deze zoekmachine niet of slechts zeer moeilijk met elkaar in verband had kunnen worden gebracht.

De resultatenlijst van een zoekmachine stelt internetgebruikers dus min of meer in staat om een gedetailleerd profiel van een betrokkene op te stellen wanneer er op zijn of haar naam wordt gezocht.

Op grond van het voorgaande oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘HvJ EU’) in het Google/Costeja-arrest dat de privacybelangen van de betrokkene in beginsel voorrang hebben, niet enkel op het economische belang van de exploitant van de zoekmachine, maar ook op het belang dat het publiek erbij heeft om toegang tot de informatie te krijgen na een zoekopdracht op de naam van een persoon. Daarvan kan slechts in bijzondere gevallen worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer de betrokkene een rol in het openbare leven speelt. Meestal is het aan de zoekmachine om aan te tonen dat sprake is van een bijzonder geval. De Hoge Raad bevestigde dit uitgangspunt in het X/Google-arrest van 24 februari 2017.

CG/CNIL

Er kwam destijds veel kritiek op het Google/Costeja arrest, omdat daarin onvoldoende rekening zou zijn gehouden met de vrijheid van meningsuiting en informatie van Google en internetgebruikers. In het later gewezen GC/CNIL-arrest nuanceerde het HvJ EU haar eerdere standpunt uit het Google/Costeja-arrest dan ook enigszins.

Onder verwijzing naar de Algemene verordening gegevensbescherming (die ten tijde van Google/Costeja nog niet van kracht was) koos het HvJ EU ervoor om de rechten van de betrokkene niet langer zonder meer te laten prevaleren boven de rechten van zoekmachines en internetgebruikers. Die nuancering lijkt met name te zijn ingegeven door de belangrijke maatschappelijke functie die zoekmachines vervullen bij de verspreiding en toegankelijkheid van informatie op het internet. Daarbij past terughoudendheid bij het opleggen van beperkingen aan zoekmachines en dus het tegemoetkomen aan vergeetverzoeken van betrokkenen.

Hoewel het HvJ EU in GC/CNIL nog niet volledig lijkt te zijn afgestapt van de geformuleerde rangorde tussen de grondrechten in Google/Costeja, wordt er wel meer ruimte gelaten om de informatievrijheid van internetgebruikers mee te wegen in de belangenafweging.

Wanneer in een specifiek geval bepaald moet worden of bepaalde koppelingen naar zoekresultaten uit de resultatenlijst verwijderd moeten worden wanneer er op iemands naam wordt gezocht, dienen alle relevante omstandigheden van het geval tegelijk tegen elkaar te worden afgewogen.

Op grond daarvan wordt vervolgens bepaald aan welk grondrecht in een specifieke situatie voorrang toekomt en of de koppelingen naar de zoekresultaten al dan niet verwijderd moeten worden. In de jurisprudentie zien we een aantal vaste elementen terugkeren wanneer rechters moeten beoordelen welk belangen in voorkomende gevallen zwaarder wegen. Zo wordt onder meer gekeken naar:

  • de aard en gevoeligheid van de informatie in de zoekresultaten. In hoeverre is de informatie schadelijk of nadelig voor de betrokkene? Gaat het om bijzondere of gevoelige persoonsgegevens?
  • de leeftijd van de betrokkene. Is de betrokkene minderjarig of meerderjarig?
  • in hoeverre de informatie recent, relevant en (niet) bovenmatig is. Gaat het om oude informatie of is de informatie nu nog relevant?
  • de context en wijze waarop de informatie wordt gepresenteerd. Wordt de informatie als een mening of een feit gepresenteerd? Is er enkel sprake van negatieve of ook positieve informatie?
  • de rol die de betrokkene in het openbare leven speelt. Is de betrokkene beroemd? Vervult de betrokkene een publieke functie?
  • het gedrag van de betrokkene in het verleden. Heeft de betrokkene zelf de publiciteit gezocht?
  • het belang dat internetgebruikers bij de toegang tot de informatie hebben. Gaat het om een privékwestie of is de informatie maatschappelijk relevant?

Praktische implicaties

Omdat al deze elementen tegen elkaar worden afgewogen is het vooraf niet altijd gemakkelijk om in te schatten hoe de belangenafweging in een specifiek geval zal uitvallen. Rechters motiveren ook niet altijd duidelijk waarom zij bepaalde onderdelen zwaarwegender achten dan andere elementen. De jurisprudentie op dit gebied is dan ook zeer casuïstisch.

Houd er verder rekening mee dat in gevallen waarin door een zoekmachine uitvoering wordt gegeven aan een verwijderverzoek over het algemeen slechts de koppelingen worden verwijderd naar één of meer onderliggende webpagina’s die verschijnen in de zoekresultatenlijst wanneer op iemands naam wordt gezocht.

De betreffende koppelingen worden dus niet volledig uit de index of het cachegeheugen van de zoekmachine verwijderd.

Dit betekent concreet dat de onderliggende webpagina nog steeds gevonden kan worden in de betreffende zoekmachine wanneer er andere zoektermen worden gebruikt. Ook kan de informatie nog worden gevonden wanneer er rechtstreeks naar de onderliggende webpagina wordt gesurft. De term ‘vergeetrecht’ is dan ook enigszins misleidend. Als een betrokkene specifieke informatie graag volledig van het internet verwijderd wil hebben dan zal in de meeste gevallen niet kunnen worden volstaan met het aanspreken van de zoekmachine, maar dient ook de beheerder van de onderliggende webpagina te worden benaderd.

Bovendien heiligt het doel niet altijd de middelen. Wanneer een betrokkene wil bewerkstelligen dat bepaalde informatie wordt ‘vergeten’, is het voeren van een juridische procedure niet altijd verstandig. Rechtspraak is immers openbaar en het tegenovergestelde effect kan dan ook worden bereikt, namelijk het genereren van extra aandacht. Laat u vooraf dus goed adviseren over eventueel te nemen juridische stappen tegen zoekmachines en/of websitehouders.

Meer weten?

Wilt u meer weten over het vergeetrecht van zoekresultaten? Dan vindt u deze recent gepubliceerde annotatie van collega’s Lisa Molenaars en Evelyn Peerboom-Gerrits bij het arrest van het Hof Amsterdam 23 juni 2020 (ECLI:NL:GHAMS:2020:1802) wellicht interessant.

Ook kunt u vrijblijvend contact opnemen als u hulp wilt bij het indienen van een vergeetverzoek of wilt weten of uw verzoek kans van slagen heeft. Ook websitehouders zijn wij graag van dienst. Zo kunnen wij u adviseren over ingediende vergeetverzoeken en hebben wij ervaring met het opstellen van notice-and-takedown-procedures. Ook voor andere vragen over het mediarecht of de AVG kunt u contact opnemen met Evelyn Peerboom-Gerrits of Lisa Molenaars.

 

 

Louwers Advocaten gebruikt cookies om het gebruik van deze website te analyseren en het gebruikersgemak te verbeteren.<br> Lees hier meer over het gebruik van cookies.

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close